
Naam: Renee Oudenaarden
Beroep: Publieksvoorlichter Tweede Kamerfractie GroenLinks
Hyves: reneetjereneetje
Lijfspreuk: leef en wees in godsnaam eens gelukkig
Hoi. Ik ben Renee en ik denk veel.
Teveel, zou ik bijna willen schrijven. Soms breekt m’n hersenpan bijna van het denken en het maar niet kunnen vatten van het al. Ik heb mezelf met de meest onmogelijke queeste opgezadeld: ik wil het leven begrijpen. Ik denk teveel, zonder een volledig antwoord te vinden. Ik peins, overweeg, vermoed, wacht, verzucht en verlang.
Waarom willen mensen altijd zo graag met dolfijnen zwemmen, hoezo worden oma’s gelukkig van paars haar, waarom doen alle opa’s aan biljart, wie bepaalt dat we niet om de aswolk heen mogen vliegen, hoezo staat de kleur geel me zo f*cking slecht, waarom zegt de mensheid dingen als ‘heehoi’, ‘helemaal gaaf’, ‘gewoon je ding doen’?
Maar zoals al onze oma’s zo wijselijk zeiden: ‘te’ is nooit goed, behalve in tevreden.
En dat terwijl denken een zinnige eigenschap is. Er zijn redenen genoeg om constant vragen te stellen, bij al je zekerheden en op het eerste gezicht nutteloze wetenswaardigheden. Denken en dat vrijzinnig kunnen doen – zelf of door een ander – is de grondslag van ons bestaan. Denk daar maar eens over na.
Maar echt vrij zijn we wat betreft het formuleren van antwoorden niet, hoor. De religieuze, de atheïst, de filosoof. Lieve mensen, geloof me nou: 1 pot nat. We vergeten namelijk wel degelijk dat we leven in een samenleving die geboren is uit een Joods-christelijke overtuiging (bah, sorry, zo heet het nou eenmaal…). En dan maakt het niet uit of je wel of niet gelooft dat God bestaat, we veroordelen allemaal een moordenaar, verkrachter of vreemdganger. We hechten allemaal aan vertrouwen, liefde, genegenheid en attentie. God bestaat niet, maar we zijn het wel allemaal met hem eens.
Mijn religieus verleden heeft niet zoveel om het lijf. Laten we zeggen: hij bestaat niet. Dat verleden dan. De kerkgang bestond voor mij uit OE! en AA! roepen in een pittoresk pietepeuterig kerkje ergens op een Toscaanse hei. Elke zomer. Achtenveertig keer achtereen. Verder is de kerk voor mij meer een gratis wekker op zondagochtend en een mooie rustige plek waar ik en mijn gekke gedachtes in een serene stilte samen kunnen zijn.
Dat geldt niet voor iedereen. Zonder gelijk lezers op de tenen te trappen: ik heb respect voor mensen die geloven in God. Ik vind het best knap en jaloersmakend dat iemand zo’n totale overgave kan voelen voor één bepaald gedachtegoed. Heel handig lijkt me dat. Nooit geen vragen hoeven stellen, of in ieder geval altijd een passend antwoord voor handen hebben.
Maar toch moet ik iets kwijt over eenieder die aan de deur komt lellen om mij en mijn vrijzinnige geest te vertellen hoe het zit. Potverdriedubbeltjes, hoe durft u. Leven en laten leven, mensen.
Het eeuwige verwijt dat ze dit altijd met etenstijd doen, vind ik onterecht. Kom, zeg eens eerlijk, eigenlijk is dat best slim bedacht. Wanneer je immers aan je dagelijkse prak zit, hongerig en afgemat, ben je vatbaarder dan ooit voor het gedachtegoed van deze zendelingen.
Maar goed, to the point. De deurbel ging. Een mevrouw, op het eerste gezicht een willekeurig onopvallende burger, staat in de houding. ‘Goedenavond.’ ‘Goedenavond.’ ‘Heeft u enig idee waarom de bloemetjes en de beestjes zijn wie zij zijn?’ ‘Jawel mevrouw, dat hebben we te danken aan de natuur.’ ‘Hoe kan het dat deze zo perfect geschapen zijn, mevrouw?’ ‘Nou, dat heeft ene meneer Darwin ooit eens prima uitgelegd.’ Tot zover gaat het redelijk vlekkeloos en zonder zinloos geweld.
Dat deze mevrouw vervolgens met overstrekte wijsvinger, demonisch gesperde ogen en overslaande stem met extreme stelligheid beweert, dat ik uiteindelijk tot in de bittere oneindigheid zal creperen in het vagevuur, vind ik ongehoord.
Natuurlijk zal ik met een bek vol tanden en een gezicht vol ongeloof staan kijken wanneer die op het eerste gezicht idiote stellingname, toch een glashelder moment bleek te zijn en ik me na het uitblazen van mijn laatste adem bevind op een vervaarlijk sissend en pruttelend landje. Heet vooral.
Maar ik concentreer me liever op dit leven, in dit lijf, met mijn eigen idealen en die razende gedachten. Die ik overigens ook graag deel, met eenzelfde geanimeerde passie als die gekke mevrouw, maar zonder pijnlijke consequenties voor hen die ze niet met me delen.
Renee Oudenaarden
Door Gastcolumnist 23-04-2010, 15:03













Erg herkenbaar;
“Maar toch moet ik iets kwijt over eenieder die aan de deur komt lellen om mij en mijn vrijzinnige geest te vertellen hoe het zit. Potverdriedubbeltjes, hoe durft u. Leven en laten leven, mensen.”
Ik ben het volledig met je eens.
Ik word in de stad en soms aan de deur vaak lastiggevallen met ‘het bericht van god’, gelovigen die mij d.m.v. naïeve verhaaltjes proberen te overtuigen dat er een ‘god’ bestaat.
En dan zeggen “we zijn er niet om mensen te bekeren….”, waarom spreek je me aan dan??
Laat me lekker in mijn waarde en laat mij lekker vrij zijn om te geloven wat ik wil.
Ik val hen ook niet lastig met mijn ‘geloof’ in Darwin’s theorieën.
De evolutietheorie van Darwin is niet iets waarin ik geloof, met hem eens ben ik het zeer zeker. Als men zegt “ik geloof niet” en daarna dood leuk zegt te geloven in Darwin en zijn theorie, vraag ik mij af: “geloven die mensen dan wel in zichzelf?” Het is niet zozeer het geloven in deze man en zijn gedachtegoed maar het met de theorie eens te zijn en daar geen verdere geloofswaarde aan hechten. Het aanwijzen van de gene die gelijk of ongelijk heeft is moeilijk vast te stellen in deze situatie, omdat we het gewoonweg niet weten. Wel ben ik het eens dat je iedereen moeten laten geloven wat hij/zij wil en acht goed te zijn. Dit was het wel ongeveer, geloof ik…
Dat klopt zeer zeker, ik kon het goede woord even niet vinden. Ik bedoelde ook dat ik het met Darwin’s theorieën eens ben. Niet dat ik er in geloof. Vandaar dat ik het ook tussen haakjes heb gezet.
Het is ook geen kwestie van gelijk of ongelijk maar iedereen moet geloven wat hij/zij wil.
MAAR om even terug te komen op je vergelijking tussen Darwin en God…
Er zijn mensen die geloven in God en er zijn mensen die geloven in Satan maar niet in god.
Is deze laatste groep dan “ongelovig” omdat zij niet in God geloven? I don’t think so…
Geloven is een breed woord, en heeft niet zo zeer te maken met god.
Je kunt geloven in de Paashaas maar niet geloven in god. Zijn mensen dan hypocriet om te zeggen dat ze ongelovig zijn als zij daarmee hun religie bedoelen?
Het is maar net op wat voor manier je het woord geloven gebruikt.
Ik geloof niet in god maar wel in andere dingen. (niet dat ik in de paashaas geloof ofso…) Maar ik geloof wel dat er meer is.
Ik zal daarom nooit zeggen dat ik ongelovig ben, ik zeg wel dat ik niet in een god geloof.