whitetrans

hatseflatso Plastic en crashgevaar – Leon DoedensNaam: Leon Doedens
School: Gymnasium net afgerond, hierna een studie Nederlandse Taal en Cultuur.
Website: www.fingerprintfrenzy.wordpress.com
Lijfspreuk: Ik zou liever een pterodactylus hebben dan een lijfspreuk, maar je kunt niet alles hebben.

Nauwlettend hield ik in de gaten hoe en wanneer mijn vader de koppeling intrapte en in één vloeiende beweging schakelde. Het was tijd voor de intest van mijn rijlessen. Ondanks het feit dat het in een simulator was en niet in een echte auto – aangezien ik nog geen achttien ben – bekropen mij gevoelens van spanning en opwinding. Ik had er bovenal zin in: autorijden, maar toch geen risico dat de brandweer me over een uurtje uit een hoopje rokend metaal zou hoeven zagen. Daarnaast deed het woord “simulator” me denken aan het spel “Racing Laser Monkeys”, waarbij je het op het circuit op moet nemen tegen een stel bloeddorstige bonobo’s, die jou met één vernietigende flits van hun laser konden braden tot een dampende, smeuïge biefstuk. Won jij, dan kon je fijn kluiven aan een apendij. The sweet taste of victory. Stuur en gas- en rempedalen waren meegeleverd, je was dus van een levensechte rijervaring verzekerd. En omdat menig bonobo krijsend het onderspit dolf, was ik er al op vroege leeftijd van overtuigd dat ik voor het autorijden in de wieg was gelegd.

Vol vertrouwen stapte ik de rijschool binnen. Binnen stond een kalend mannetje met een vlassnor ons op te wachten, nerveus plukkend aan het zakje shag in zijn borstzak. Hij stak zijn hand uit en reutelde zijn naam, een schraperig kuchje dat ik later interpreteerde als “Martin”. Ik schudde zijn hand. De toppen van de vingers waren bruinverbrand. Hij gebaarde me om mee te komen en ik liep snel achter hem aan, klaar om te beginnen. In de kamer ernaast nam ik plaats in een gemodificeerde Volkswagen Golf, die omgeven was door schermen. Martin zelf zat in een apart kamertje; we hielden contact door microfoons en vooroorlogse radio’s, die voor luidsprekers moesten doorgaan. Doeltreffend waren ze niet, maar door het gekraak kreeg je wel een fijn F16-cockpitsfeertje. In een Volkswagen Golf.

Martin gromde iets onverstaanbaars door de luidsprekers. Een beetje beteuterd keek ik naar het dashboard, waar alle onbekende knopjes, hendels en schakelaars me provocerend aankeken. Zonder verstaanbare aanwijzingen was ik hopeloos verloren in de auto. Hulpeloos in een benauwende cel van plastic en crashgevaar. Net op dat moment begon een heldere voicemailboxstem te spreken: ‘Start de auto.’ Opgelucht dat ik ook instructie kreeg van de computer, draaide ik snel de sleutel om. Het aapje, dat aan de binnenspiegel bungelde, keek me bemoedigend aan.

‘Nee! Stop! Je koppeling eerst!’ schalde het onmiddellijk oorverdovend uit de eerst nog zo provisorisch lijkende luidspreker. Een gefrustreerde zucht volgde, die al snel werd onderbroken door een piepend rokershoestje. Ik mompelde een woord van excuus, overrompeld door de plotselinge kracht van de stem die uit het verschrompelde, doorrookte mannetje kwam. ‘Luister dan ook eerst naar de volledige instructie van de computer!’ beet hij me toe, terwijl ik het sleuteltje terugdraaide. Braaf wachtte ik tot ik zeker wist dat de computer uitgesproken was, nerveus gemaakt door de gedachte dat ik messcherp in de gaten werd gehouden en op elk detail meedogenloos kon worden afgestraft.

Secuur startte ik de auto en liet de koppeling zo langzaam opkomen als ik kon, alle verhalen van afslaande motoren in het achterhoofd. De auto begon langzaam te rollen. ‘JA! En nu gas erop!’ knalde het opeens van achter mijn linkeroor, waarna ik uit een soort racereflex het gas diep indrukte – the pedal to the metal. Het toerental raasde omhoog, wat ik snel corrigeerde door het gas wat los te laten. Angstig wachtte ik op een snauw, maar die bleef uit. ‘Houd een snelheid van maximaal twintig kilometer per uur aan, ‘ commandeerde de computer kil. Het wijzertje in de snelheidsmeter klom. Ik reed!

Het virtuele groen schoot aan de zijkanten steeds sneller voorbij en gealarmeerd keek ik naar mijn snelheidsmeter, die gauw voorbij de twintig draaide. Geschrokken nam ik wat gas terug, waarna het wijzertje weer onder de twintig daalde. ‘Handen op kwart voor drie!’ galmde het plotseling achter mij. ‘Huh, maar…’ stamelde ik, denkend aan het jarenlang gehoorde “tien voor twee”. Snel verplaatste ik mijn handen. Op het scherm begonnen de bomen naast me steeds langzamer te bewegen. Mijn blik schoot weer naar de meter. Tien kilometer per uur! Ik hoorde Martin zuchten en voor hij iets uit kon brengen gaf ik snel weer gas. De snelheid kwam weer op twintig en ik deed mijn uiterste best de auto op constante snelheid te houden, mijn blik op het dashboard gefixeerd. Wat niet erg handig is met een aankomende bocht.

Anderhalf uur start- stop- en schakelterreur later kreeg ik het verlossende stopteken. Je zou me op kunnen hangen en gebruiken als binnenspiegel, door het angstzweet op mijn voorhoofd. Als ik met trillende vingers de sleutel terugdraai en wil uitstappen, word ik meteen tegengehouden door de stem in de luidsprekers. Eerst leren hoe je veilig uitstapt! Toch nog een lichtpuntje, want dit ken ik al. Snel check ik mijn spiegels, kijk naar buiten en wil eruit gaan, maar word weer teruggeroepen. ‘Eerst in je spiegels kijken!’ Ik heb geen zin meer om tegen te werpen dat ik dat al gedaan heb en kijk nog eens uitdrukkelijk in de spiegels en stap dan uit. Gebroken.

Martin komt op me af lopen en ik bereid me voor op wat hij gaat zeggen. Maar hij legt zijn hand op mijn schouder en zegt: ‘Ging best goed, toch?’ Ik knik minzaam, maar kan verder niets uitbrengen. Hij begeleidt me naar het halletje en biedt me bij wijze van afscheid een pepermuntje aan van de schaal. Op de verpakking staat een aap. Ik steek het pepermuntje in mijn mond. The sweet taste of victory again.


Check ook de volgende posts:

Comments:

Facebook comments:


6voor1 comments:

  1. Er is nog niet gereageerd op dit artikel. Reageer hier!